De spelende mens

Kleuters met een iPad op schoot, kinderen voor de Wii, tieners met spelconsoles, jongeren verslingerd aan flitsende games. En liefst de laatste nieuwe, alsmaar ingenieuzer, uitdagender, duurder ook. Amper 20 jaar geleden gaven wij aan spelplezier een andere invulling. Krijttekeningen maken, LEGO-constructies opzetten, gezelschapsspelen uitproberen, op kikkerdril vissen ... Spelen maakt blij en vreugde vraagt om gedeeld te worden. Het is een diepe, fundamentele emotie die bevrijdend én verbindend werkt.

Het welbevinden van jongeren en opvoeders heeft veel te maken met die speelse toets. Het onderscheidt Don Bosco-initiatieven van andere. Want spel en humor werken ontspannend. Wie spelende kinderen observeert ziet ze meestal lachen. Spelenderwijs leef je op je best, ben je spontaan en vaak compleet jezelf. Het ijs is vlug gebroken als je bij een kennismaking een of ander spel inlast. In het heetst van de strijd, op het toppunt van het spelplezier, leer je de ander echt kennen. 

“Je ontdekt meer over een persoon in een uur spel dan in een jaar conversatie!” Plato

Spelen kan natuurlijk ook behoorlijk inspannend zijn of gewoon spannend. De overgave, de uiterste concentratie, het gefocust kunnen zijn of volkomen in de ban van een spel, trekt mensen verder, doet grenzen verleggen. Het vergt uithouding, inzicht, strategie en tactiek. We leren omgaan met regels en grenzen, met winst en verlies. Al spelend wordt ons vermogen tot fair play, empathie en fantasie gevormd en gevoed. Spelen houdt mensen ook jong en gezond.

Het spel is zowel leersituatie als sociaal gebeuren. De interactie, de dynamiek van ‘samen’ plezier beleven maakt onvermoede krachten los. Als homo ludens ('spelende mens', nvdr.) ligt het in onze aard het leven creatief te omvormen, cultuur en beschaving te scheppen. Niet toevallig spreken we over muziek ’spelen’ en toneel ‘spelen’. Zelfs als het over geloven gaat hoeft het ludieke niet te ontbreken. ‘Waar wij geloof vaak spontaan associëren met ernst en zwaarwichtigheid, verbond Don Bosco het met speelse vreugde die zich uit in jeugdig enthousiasme. De term enthousiasme betekent letterlijk ‘in God ‘ zijn’ (afl. van bn. éntheos, nvdr.). (OP)


Door Hilde Van Parys
Bron: Don Bosco Vlaanderen 2017/4

Levensvreugde is voor mij als zuurstof!

Don Bosco aan het woord.

Als kind was ik al een animator. Wanneer ik de ‘bonte bende’ op de Bechhi mocht entertainen met mijn goochelkunsten of jong en oud ’s avonds kon boeien met het vertellen van verhalen, was ik trots en gelukkig. Tijdens mijn humanioratijd in Chieri moest ik op eigen benen staan. De vriendengroep van de ‘club van de vrolijkheid’ die daar ontstaan is, heeft veel voor mij betekend om mijn puberteit zonder kleerscheuren door te komen. Later heb ik bij Philippus Neri en Franciscus van Sales ook spirituele bronnen gevonden die de betekenis van de levensvreugde onderstreepten. Zij gaven een fundament aan mijn overtuigingen: een vreugdevol klimaat heeft een onschatbare helende en vormende kracht. Levensvreugde is onmisbaar in de opvoeding. Waar vreugde is, komt energie en creativiteit vrij en worden talenten gestimuleerd. Jongeren krijgen in zo’n klimaat het gevoel geaccepteerd te zijn, wat hun het nodige zelfvertrouwen bijbrengt. Spontaan groeit er verbondenheid en zorg voor elkaar. Vreugde maakt van ons mensen zoals God ze droomt: vrij, gelukkig, ontplooid, geëngageerd en gul delend. Gods liefde wordt tastbaar en concreet als er vreugde heerst. Daarom heb ik er altijd naar gestreefd om van het Oratorio een ruimte te maken waar vreugde kon opleven. Sport en spel, zang en muziek, toneel en voordracht, feesten en vieringen waren daarvoor dankbare hefbomen. Het belangrijkste woord daarbij is ‘samen’. Als opvoeder hoor je tussen de jongeren te zijn, zelf vreugde uit te stralen en hun levensvreugde te stimuleren en te delen. Begin dus je dag alvast met een glimlach!

Door Colette Schaumont
Bron: Don Bosco Vlaanderen 2018/4