“Kansen creëren voor verloren jongeren”

Don Bosco aan het woord. 


Ik had het me niet kunnen voorstellen, vertelt Don Bosco, de schrijnende situatie van zoveel jongens in Turijn. Toen ik er in 1841 voort ging studeren bij Don Cafasso en in het kader van de opleiding stage moest lopen in allerlei instellingen in de stad, werd ik overrompeld door wat ik er ontmoette. Kansarmoede, ik had er nooit van gehoord. In een dorp als Becchi is er altijd eten. Je hebt een koe: je krijgt er melk en boter van. Je hebt een kleine tuin: je kweekt er groenten in. Je hebt een stukje veld en zaait er tarwe op: je hebt altijd brood. Kleren heb je niet zoveel nodig. Uit een oude broek van je vader, naait mijn moeder wel een vest voor mij. Hoe sober het ook was, je kon je hoofd altijd boven water houden. Er was bovendien geborgenheid en veiligheid. Er was ook solidariteit: je kon er altijd wel op aan dat de buren zouden inspringen mocht er bij jou iets mislopen. Er waren mensen, je moeder en je familie, die om jou bekommerd waren met een warm hart.

In de stad zag ik jongens over straat lopen: geen werk, geen onderwijs, geen eten, geen opvoeding, nauwelijks deftige kleren om hun lijf. Ik zag ze werken op de stellingen als hulp bij de metselaars of nog erger, als schouwvegers, zwart van roet en ontbering. In de zomer maakten ze dagen van tien tot twaalf uren. Dat alles tegen een minimale vergoeding. Ik ontmoette ze in de gevangenissen: uitgemergelde gezichten, troosteloze ogen, hopeloze wrakken. Ik las de politieverslagen. Over straatbendes, zakkenrollers, diefstallen, uitbuiting. Ik verdiepte me in beschrijvingen van andere streken en landen. De ontwrichting van het gezin, de verslaving aan alcohol, de prostitutie, de criminaliteit, de verbreiding van nieuwe ziektes als tering en silicose. Dat was de prijs voor verdere ontwikkeling, voor deze nieuwe tijd. Nodig om enkelen in de maatschappij heel rijk te maken. En daartussen liepen honderden kinderen en jongeren, verloren, in de steek gelaten, zonder vangnet, zonder opleiding, zonder opvoeding.

Ik zag het aanvankelijk nog niet goed, maar iets werd me vrij vlug duidelijk. Daar lag werk te wachten. Daaraan moest iets gebeuren. Iemand moest zich het lot van die arme jongens aantrekken. Alleen opleiding en opvoeding, vorming en onderwijs kunnen die kansarmoede ongedaan maken. Zij kunnen kansen creëren voor die verloren jongens. En ik ben begonnen, zoals jullie weten. Het heeft bloed en tranen gekost, het liep niet allemaal even vlot, er waren tegenslagen, mislukkingen zelfs, maar toch heb ik iets in beweging kunnen brengen. Ik heb kansen kunnen scheppen voor zoveel jonge mensen. Dat heeft me deugd gedaan.

Door Piet Stienaers, sdb
Bron: Don Bosco Vlaanderen 2018/6