Het grote geheim in de opvoeding?

Don Bosco aan het woord. 

Toen ik in Turijn voortstudeerde na mijn priesteropleiding, kwam ik via mijn stageopdrachten in contact met jongeren die in de gevangenis zaten of op straat leefden. Dat die jongeren al eens domme dingen deden en ‘wispelturig’ waren, moet ons niet verwonderen. Hoort dat niet gewoon tot het jong-zijn? Het zegt uiteindelijk niets over hun echte dromen en verlangens.

Sommigen noemen mij naïef omdat ik me het lot van die jongeren aantrek. Ik ben van nature eerder realistisch. Het loopt niet zomaar goed met jongeren, het kan zelfs grondig mislopen. En toch, als iemand het goed met hen voor heeft, hen ondersteunt en stimuleert kunnen ze openbloeien. Ik veroordeel jongeren niet om hun gedrag en stel geen onhaalbare eisen aan hen. Ik probeer me geduldig met hen te verbinden via de gewone dingen: samen spelen, eten, vaat doen ... 

De indirecte opvoedende kracht van dat ‘gewone’ en dagelijkse samenleven is niet te onderschatten. Ervaring leerde me ook hoe krachtig de peergroep kan werken. Als een ‘moeilijke’ jongere bij mij terecht komt, laat ik hem eerst thuiskomen in de groep. Ik weet dat zijn gedrag een manier is om zich af te schermen. De warmte en levensvreugde in de groep kan hem gaandeweg ontdooien en ontvankelijk maken voor positieve levenswaarden. Dat is een groot geheim in de opvoeding: niet door repressie maar door aantrekking ontstaat de openheid voor groei. Heel onverwacht kan dan iets aanslaan en wortel schieten. Wanneer iets ontkiemt kun je als opvoeder wat gieten en al eens snoeien en wieden. En dan met geduldig vertrouwen in “de Heer die wasdom geeft”, dromen over een rijke oogst.

Door Colette Schaumont
Bron: Don Bosco Vlaanderen 2017/6

Gras groeit niet door eraan te trekken.

GROEIEN OP HET RITME VAN DE NATUUR IN EEN GUNSTIG KLIMAAT.

Wie tomatenplantjes in de tuin heeft staan, kan het groeiproces van kleine, groene vrucht tot volle, rijpe tomaat op de voet volgen. Hij weet dat ze zonlicht, warmte, water en voedzame aarde nodig hebben. De tere stekjes dienen soms uit de wind gezet of vastgehecht en geleid langs stevige ranken. Onkruid of valse scheuten kun je best tijdig verwijderen en de plantjes voldoende ruimte geven helpt om ze op hun tempo rechtop te laten groeien. Ze met liefde toespreken mag je natuurlijk ook altijd proberen ...

Een zorgzame behandeling maakt het verschil, maar alle factoren zelf sturen en bepalen blijkt dan weer een brug te ver. De natuur heeft haar eigen wijsheid en wetmatigheid – haar eigen onvoorspelbare kuren soms – en meestal ‘groeit het graan terwijl de boer slaapt.’

Als schrandere boerenjongen leerde Don Bosco het groeiritme van gewassen kennen en respecteren. Dat jonge mensen ook de tijd mogen krijgen om ‘groot te worden’, voelde hij goed aan. Het vraagt het nodige geduld van hen maar evengoed van al wie hen omringen. Toch kun je wel zorgen voor genoeg ruimte, een veilige omgeving, een gunstig klimaat waarin talenten zich kunnen ontwikkelen. Oog hebben voor de kracht én de kwetsbaarheid van jongeren betekent dat je hun krediet en kansen geeft, vertrouwen om dingen uit te proberen én de mogelijkheid om opnieuw te beginnen.

Je laat hen zelf zoeken en vinden maar biedt daarbij structuur en grenzen. Je durft hen uitdagen maar leert je verwachtingen afstemmen op het haalbare. Ook ‘bomen groeien niet tot in de hemel’.

Door Hilde Van Parys
Bron: Don Bosco Vlaanderen 2017/5