Voor vrouwen en kinderen aan de rand van de samenleving

“Zou het goed zijn als we de Indiase beweging voor huisarbeidsters documenteren?”, vroeg Julie Hendrickx aan zuster Jeanne Devos. Want wat is de geschreven erfenis die je op een dag nalaat? Ze keken naar elkaar en het was geklonken.

Zuster Jeanne Devos is missionaris bij de zusters van de Jacht. Haar missie lag in de slums van Mumbai (India), waar ze meer dan 30 jaar woonde. Samen met een handvol vrouwen richtte ze de National Domestic Workers Movement (NDWM) op in 1985, een beweging voor huisarbeidsters die vandaag 2 miljoen leden telt. Zuster Jeanne kan rekenen op nationale en internationale erkenning, met onder meer een nominatie voor de Nobelprijs voor de Vrede in 2005. Sinds 2016 woont ze opnieuw in Heverlee.

Voor Julie Hendrickx is het niet zuster, maar tante Jeanne. Samen met twee broers en één zus, is ze geadopteerd uit India. Julie is voor een stukje opgegroeid in het verhaal van haar tante, maar wel vanop afstand. Als jongere wist ze dat er heel bijzondere dingen gebeuren in haar geboorteland. Julie werkt als leerkracht geschiedenis en godsdienst in het Heilig Hartinstituut te Heverlee. Ze schreef het boek “Alsof de Weg ons zocht, Jeanne Devos en haar strijd voor de dienstmeisjes in India” (2019).

Zuster Jeanne, waarom kies je in jouw missie specifiek voor huisarbeidsters?

Eerst werkte ik met mensen met een fysieke beperking. Later ervaarde ik in ramp- en oorlogsgebieden dat vrouwen en kinderen altijd het grootste slachtoffer zijn. Toen koos ik regelrecht voor hen. Zij zijn de meest kwetsbaren. Ze zijn de prostituees, de huisarbeidsters en de gebonden arbeidsters. Door een beetje luisterend uit te kijken, werd me duidelijk dat huisarbeidsters ze alle drie zijn.

“Huisarbeidsters zijn vaak gebonden aan hun werkgever en werken er achter gesloten deuren. Daarom zijn ze seksueel zeer kwetsbaar”

Onze beweging is klein begonnen in een gemeenschap van drie zusters, maar toen was ik al 25 jaar in India. We riepen de meisjes bij ons en we luisterden naar hen. In het luisteren ontdekten we dat hun armoede verdergaat dan we vermoedden. Het is niet alleen geen eten, geen kleren en geen onderdak, maar ook geen huisnummer, niet naar school kunnen gaan, nooit geïnformeerd zijn, er altijd buitenvallen, … Als armoede een keer begint, komt er geen einde aan.

Mijn keuze is heel duidelijk huisarbeidsters geworden. De vraag kwam om ook andere groepen te betrekken, maar om iets te veranderen moet je je ergens op focussen. Elke vorm van uitbuiting is anders, en verdient bijzondere aandacht.


Als je zuster Jeanne haar leven hoort vertellen, ga je dan zelf op zoek naar vergelijkbare situaties in Vlaanderen?


Julie: Je ziet ze, de parallellen komen vanzelf. Hier in België zijn er vangnetten voor huispersoneel, maar bepaalde problemen zijn gewoon dezelfde. Ook onze huisarbeidsters zijn seksueel zeer kwetsbaar. Een recente studie van het ACV Voeding en Diensten (2017) toont aan dat 1 op 3 van onze schoonmaaksters en gezinshelpsters slachtoffer werd van seksuele intimidatie op de werkvloer. Niet per se verkrachting maar ook zaken zoals aanrakingen, oneerbare voorstellen, ….


“Wat onder onze ogen gebeurt, zien we niet altijd”

Een andere gelijkenis vind je in de geschiedenis. In de 19de eeuw kwamen Vlaamse meisjes van het platteland naar de steden om te dienen. Let op het gezegde: de meisjes gingen niet werken, zij gingen dienen. In India zie je een gelijkaardige stroom van het platteland naar de steden. Het stedelijke leven heeft natuurlijk een soort belofte, een American Dream. Voor armen klinkt een stad als: ‘daar zal het wel goed zijn, daar zal wel succes zijn’.



Met welk doel in gedachte, heb je het boek geschreven?


Julie: Ik wil laten zien wat er mogelijk is als je gelijkgestemden zoekt en samen voor één doel gaat. Als je tot die solidariteit komt, dan ligt de weg open.

Zuster Jeanne: Het doel is ook om hoop te geven aan mensen die geen kansen hebben, die uit de boot vallen. En de hoop ligt in de relatie tussen mensen. Als we de juiste informatie en steun van elkaar krijgen, dan is er heel wat mogelijk.

Julie: En dat je geen academische achtergrond nodig hebt om iets op touw te zetten, maar dat het evengoed vanuit armoede en analfabetisme kan. De armste onder de armen, door de maatschappij uitgespuwd, zijn in staat om zo’n grote beweging te dragen.

Zuster Jeanne: Dat is een christelijke en hoopvolle benadering. Dat is het verrijzenisverhaal.

Welke boodschap heb je voor mensen met huisarbeidsters op de werkvloer of thuis?


Jeanne: Mijn boodschap zou zijn van “waardeer ze”. Waardeer ze ten volle, laat ze volledig mens zijn. Laat ze volledig hun bijdrage leveren. Laat ze zichzelf zijn, in volle waardigheid. Wie zijn bij ons de poetsvrouwen? Het zijn de Poolse poetsvrouwen. Het zijn weer de mensen die aan de rand van de samenleving staan. Geef hen een volledige kans. Waardeer hen ook als persoon.


“Waardeer ze ten volle”


Julie: Wij kunnen de geschiedenis niet herschrijven. Bepaalde groepen uit barre omstandigheden komen naar ons land om een betere toekomst te zoeken. Dat kun je niet ongedaan maken. Je kunt wel de eigenwaarde van die mensen versterken door hen als je gelijke te zien. Al is dat niet zo eenvoudig want als je iemand in huis hebt, ben je werkgever en dat brengt je in een zekere machtspositie. In ons taalgebruik liggen al heel wat kansen. In plaats van te spreken over het lager personeel, kun je spreken over het ondersteunend personeel. Maar ook als je aangesproken wordt als onderdeel van de kuisploeg, daal je in je eigenwaarde. Spreek mensen liever aan met hun naam.


Julie, neem je een specifieke rol op bij National Domestic Workers Movement?


Julie:Ik denk dat ik mezelf er eentje op de hals heb gehaald. Het was niet de bedoeling en zou nooit uit mezelf, mezelf tot ‘ambassadeur’ benoemen. Maar als anderen dat doen, dan ben ik daar trots op. Los van de benaming, ben ik wel bereid om die rol een stukje op mij te nemen. Dat kan ik dan als verlengstuk van het boek zien, om de beweging vooruit te helpen door de verspreiding van de boodschap. Ik denk wel dat het belangrijk is dat er in Europa een afvaardiging is die bepaalde dingen onder de aandacht kan brengen op het moment dat het voor Jeanne niet meer mogelijk is.

Jeanne: En zij (de beweging in India, red.) hebben ook dat vertrouwen in jou hé. Het klikt tussen jullie. Voor de beweging is dat ook belangrijk. Zij doen goed voort, en als er dan iemand is die de internationale solidariteit aanspreekt, dan kunnen ze er alleen blij om zijn. Ze doen het zéér goed.


De NDWM heeft ook een kinderrechtenbeweging

Heel veel kinderen werken in huisarbeid. Arme kinderen die ze vanuit de dorpen meenemen om te helpen water te halen, te poetsen, de potten te wassen, enzovoort. Kinderarbeid was bovendien niet erkend als arbeid. Op een dag hebben we we dat wettelijk erkend gekregen, en zo werd kinderarbeid afgeschaft voor kinderen onder 14 jaar in huishouding, hotels en horeca. Dat zou volgens de Wereldbank neerkomen op het beschermen van 42 miljoen kinderen. Gevolg was dat miljoenen kinderen er alleen voor stonden. Daarom is Christy Mary (In 2010 volgde zij zuster Jeanne op als nationale coördinator van NDWM, red.) begonnen met Child Rights Movement, een kinderrechtenbeweging. Dat zijn kinderen die overdag nog een beetje werken maar ook al de eerste stappen zetten in een opleiding.


“Tussen de voetbalschoenen groeit een volksbeweging voor kinderrechten”

Eén keer per week hebben die kinderen een bijeenkomst, hun beweging, daar houden zijn vergaderingen die ze zelf leiden. Ze spreken er over studeren, werken, wat ze doen, en hoe ze behandeld worden. Zo kunnen ze samen ervaringen en informatie uitwisselen, plannen maken en hoop geven. Het werkt fantastisch! Je ziet dat ze sterker in hun schoenen staan dan vroeger. Ze slaan zichzelf op de borst: wij mogen ook studeren, want dat is ons recht! We zijn zoals alle kinderen, wij zijn evenwaardig.

Vervolgens studeren ze goed en nemen ze hun verantwoordelijkheid voor andere kinderen. Jongeren uit deze beweging gaan terug naar de armste wijken, de stoepen en de slums, en zien kinderen die werken in de textielindustrie. Daar in de armste wijken, tussen ontelbare voetbalschoenen, krijg je een volksbeweging voor de rechten van kinderen. Nu al krijgt die beweging in India erkenning als the best practicevan hoe je kindarbeiders naar school krijgt. Het gaat verder dan hun eigen zorgen, want zij maken een volksbeweging. Dat is heel belangrijk.

Julie: Die kinderrechtenbeweging is de toekomst, en moet de nodige aandacht krijgen. In het volgende boek, de Engelstalige versie, neem ik ze onder de loep.




Lees meer over Jeanne Devos en de National Domestic Workers Movement in het boek van Julie Hendrickx: “Alsof de Weg ons zocht”. https://www.lannoo.be/nl/alsof-de-weg-ons-zocht

Vind de ingekorte versie van dit interview in Don Bosco Vlaanderen 2019/5.

Extra: Welke Bijbelverhalen hebben voor zuster Jeanne een bijzondere betekenis?

Brecht Nuyts interviewt zuster Jeanne Devos en Julie Hendrickx • Don Bosco Media, • geplaatst op 09 september 2019

PUBLICATIE , MENSENRECHTEN , SAMENLEVING , ZUSTERS , INTERVIEW