Paasbrief van de provinciaal

Brief van de provinciaal naar aanleiding van Pasen.

Beste medebroeders

Gisteren is met Palmzondag de Goede Week begonnen. De liturgie van deze zondag heeft twee aspecten: de intocht van Jezus in Jeruzalem en de gedachtenis van Zijn lijden. Als Don Bosco voor zijn jongens de Bijbelse verhalen navertelde, wist hij met de nodige details een zekere spanning op te bouwen, zodat zijn jongens geboeid luisterden en zich een levendig beeld konden vormen van de gebeurtenissen. Voor het verhaal van de blijde intocht in Jeruzalem was dat niet anders. De verwijzingen die we vinden in de geschriften van Don Bosco gaan telkens over vers 9 uit hoofdstuk 21 in het evangelie van Matteus: “Hosanna, de Zoon van David. Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in de hoogste hemel.” Het was de lofprijzing van het volk dat zwaaiend met palmtakken de Heer toejuichte. In Nederland bestaat de traditie dat kinderen op Palmzondag een palmpaasstok maken. Twee stokken worden aan elkaar vastgemaakt in de vorm van een kruis. Daarop worden allerlei symbolen aangebracht die verwijzen naar alles wat tijdens de Goede Week gebeurt. Bij de palmwijding dragen de kinderen hun palmpaasstok mee in de optocht. Na de viering delen ze die uit aan zieke en oudere mensen.

Een uitdrukking die voortdurend terugkomt in wat Don Bosco zegde en schreef en die we ook in veel van zijn brieven aantreffen, is: “In nomine Domini” (in de naam van de Heer), uit datzelfde vers 9. Alles wat hij deed en zegde, deed hij niet in eigen naam, maar in naam van Hem door wie hij zich gezonden wist. Zijn lezers en zijn jongens nodigde hij uit met diezelfde houding in het leven te staan. Het moge een oproep zijn die ook blijft doorklinken in onze dagen en in ons eigen leven.

Hoe feestelijk Palmzondag ook moge zijn, de vreugde om de aankomst van Jezus in Jeruzalem zal snel veranderen in bitterheid. De jubelkreten zijn nauwelijks enkele dagen later vervangen door: “Aan het kruis!” Daarom wordt als evangelie in de Palmzondagviering het passieverhaal voorgelezen. In Don Bosco’s tijd - en dat bleef zo tot het tweede Vaticaans Concilie - gebeurde dat op de vijfde zondag van de veertigdagentijd, de zogenaamde Passiezondag.

Het lijdensverhaal zullen we in de Goede Week tweemaal en telkens uit een ander evangelie te horen krijgen: op Palmzondag en op Goede Vrijdag. De zelfgave van de Heer - om onze redding - was een thema dat Don Bosco bijzonder dierbaar was. We moeten dan ook weinig moeite doen in Don Bosco’s geschriften een veelvoud aan verwijzingen naar het passieverhaal te vinden. Een tweetal accenten vallen ons op. Beide illustreren de zelfopoffering van Jezus.

Het eerste heeft te maken met het Laatste Avondmaal dat we gedenken op Witte Donderdag. Don Bosco zag de eucharistieviering, ingesteld tijdens die laatste dramatische avond, als een onmisbare schakel in de integrale opvoeding van zijn jongens. Hij beschreef de eucharistie als het meest hartstochtelijke teken van Jezus’ liefdevolle zelfgave: een gebaar dat zich telkens herhaalt als we Hem ontvangen in de communie.

Die zelfgave bereikte een hoogtepunt toen Jezus stierf aan het kruis. Dat is meteen het tweede accent dat Don Bosco aangaf: we gedenken op Goede Vrijdag dat Hij, onschuldig veroordeeld, uit liefde voor ons zijn leven gaf. Hij doorstond lijden en dood om te kunnen verrijzen en ons te laten delen in die verrijzenis. Als gelovigen op Goede Vrijdag opkijken naar het kruis, is dat een gebaar van solidariteit met allen die lijden, wel wetende dat alle leed uiteindelijk overwonnen zal worden en dat er op het einde geen einde is, maar een nieuw begin.

Uiteraard was Pasen jaarlijks een feestelijke dag in het Oratorio in Turijn. Don Bosco bereidde zijn jongens goed voor tijdens de vasten, zodat ze bewust ‘hun Pasen konden houden’ met de sacra-menten van biecht en communie: momenten van intense ontmoeting met de Verrezen Christus.

In de paasnacht vieren we inderdaad met grote vreugde en dankbaarheid de verrijzenis van Jezus Christus, dé kern van ons christelijk geloof. Dit feest gaat terug op het joodse paasfeest dat ontstond als een bevrijdingsfeest: men vierde de doortocht door de Rode Zee, de uittocht uit de slavernij in Egypte naar een nieuwe toekomst in het Beloofde Land. Voor christenen kreeg het Paasfeest een nieuwe inhoud en betekenis: de overwinning van Jezus op de dood. Dit ‘mysterie’ (want naar menselijke normen ondoorgrondelijk) van de opstanding uit de doden is revolutionair: we geloven dat het onmogelijke niet langer onmogelijk is. Ook al blijft de dood een realiteit, ze heeft niet meer het laatste woord. Het is geen eindpunt meer: wie sterft, wordt opgenomen in de oneindige liefde van God die, dankzij de verrijzenis van Jezus Christus, het leven optilt over de dood heen en het voltooit. Geloven in een leven ná de dood is een onuitputtelijke bron van hoop, die bovendien ook zin en betekenis geeft aan het leven vóór de dood: het overstijgt elke zinloosheid en leegte.

In de geschriften van Don Bosco vinden we uiteraard heel wat verwijzingen naar de verrijzenis. Het feit dat Jezus pas op de derde dag verrees, was voor Don Bosco het bewijs dat Hij werkelijk gestorven was. De verrijzenis kon alleen maar plaatsvinden omdat dit de wil van God was. Ook schreef Don Bosco dat de verrijzenis van Christus de vernietiging van de dood betekende en dat Hij ons daardoor het leven gegeven heeft. Daarom noemde Don Bosco de verrijzenis dé centrale gebeurtenis van de geschiedenis van de mensheid (cf. Het leven van de heilige Petrus). Hij beschrijft Christus dan ook vaak als ‘Verlosser’ en ‘Redder’ want Hij is niet verrezen voor zichzelf, maar voor ieder van ons, opdat wij zouden gered zijn. Hij lééft, dwars door de dood heen. Alle gelovigen mogen delen in Zijn verrijzenis en vertrouwen dat leven en liefde nooit vergeefs zijn.

Ten slotte nog een leuk ‘weetje’. Een paasfeest dat Don Bosco altijd zou bijblijven, was dat van 1858. Voor het eerst in zijn leven bezocht hij Rome, samen met Michele Rua. Ze bleven er zowat twee maanden en genoten van alles wat ze bezochten en meemaakten. Op Pasen was Don Bosco in het gezelschap van een kardinaal en een bisschop op het balkon verzeild geraakt van waar de paus zijn zegen ‘Urbi et Orbi’ zou geven, aldus de Memorie Biografiche. Don Bosco beschreef later de enorme mensenzee die hij van op het balkon aanschouwde op het Sint-Pietersplein: onvergetelijke momenten voor hem!

Het is mijn wens, beste medebroeders en allen die deze brief lezen, dat je gelooft dat er na elke winter weer een nieuwe lente komt, dat er altijd weer iets nieuws ontkiemt, dat lijden en onmacht ooit moeten wijken voor meer geluk en vrede en solidariteit, en dat Jezus ook voor jou een perspectief geopend heeft op oneindig Leven, zelfs tot over de grenzen van dit leven heen.

Belgische briefwisseling met Don Bosco

Bij de LAS in Rome (Libreria Ateneo Salesiano) verscheen een paar weken geleden een merkwaardig boek van de hand van Wim Provoost. Dit zowat 400 bladzijden tellend werk met de titel Correspondance belge de don Bosco (1879-1888). Introduction, textes critiques et notes is uitgegeven in een reeks van het ‘Istituto Storico Salesiano’. Wim Provoost (1978) is leerkracht godsdienst en geschiedenis in het Gentse. Hij maakte zijn masterproef aan de Universiteit van Gent in 2004 over de beeldvorming van don Bosco in Vlaanderen tussen 1860 en 1960.

In zijn recentste publicatie bracht Wim Provoost 198 brieven samen die don Bosco of don Rua ontvingen vanuit België in de periode tussen 21 februari 1879 en 25 februari 1888 (don Bosco is gestorven op 31 januari 1888) en 18 brieven die vanuit Turijn aan Belgen geschreven werden, waaronder 14 brieven geschreven door don Bosco zelf. Al deze brieven openen een venster op de relatie tussen de Belgische briefschrijvers en don Bosco in de laatste tien jaar van zijn leven. Ze schetsen tevens een beeld van het sociale en religieuze kader van de correspondenten.

Don Bosco werd door vele katholieken in de 19de eeuw gezien als een levende heilige. Ook in België raakte zijn radicale keuze voor de arme jeugd via de pers bekend. Hij is gespreksonderwerp in de betere kringen en een eerste biografie die nog tijdens zijn leven verscheen, werd verslonden. Hij kreeg tijdens zijn leven stapels brieven toegestuurd. In de jaren 1880 ontving hij soms meer dan 100 brieven per dag. Zelf schreef hij waarschijnlijk meer dan 20 000 brieven, waarvan enkele honderden in het Frans. Ook een aantal Belgen schreef hem een of meerdere brieven, meestal in het Frans: ze vertrouwden hem hun vreugde en verdriet toe, vroegen hem te bidden voor uitzichtloze situaties of bedankten hem voor verkregen gunsten.

Met zekerheid kunnen we zeggen dat er veel meer brieven geschreven werden dan de 216 die in het boek zijn opgenomen. Veel brieven zijn verloren gegaan of opgeruimd door mensen die niet beseften dat het om een handschrift van don Bosco ging. In een aantal brieven lezen we dat de correspondenten don Bosco bedanken voor zijn antwoord op een vorige brief, terwijl er van deze eerdere correspondentie geen spoor terug te vinden is in de archieven.

De eerste brieven uit België werden verstuurd in 1879. Het gaat om slechts enkele brieven per jaar. Op het einde van 1887 en de eerste twee maanden van 1888 is er een explosie van brieven. Ze zijn een reactie op de bedelbrief (brief 72 in het boek) die don Bosco op 4 november 1887 stuurde naar zijn medewerkers. Rond die tijd raakte ook bekend dat don Bosco aan Mgr. Doutreloux, de toenmalige bisschop van Luik, toegezegd had dat de salesianen naar België zouden komen, maar dat het toch nog enkele jaren kon duren vooraleer dit project gerealiseerd zou worden.

Voor wie geen moeite heeft met de Franse taal, is dit een ongemeen boeiend boek. Je komt er verrassende zaken tegen. Zo las ik in brief 208 dat don Bosco de vraag kreeg een diploma van medewerker van don Bosco te sturen naar een dame in het kasteel van Wildenburg (’t Blauwhuis) in Wingene. Dat betekent dat don Bosco in 1888 al gekend was in een naburige gemeente van mijn geboorteplaats. De brieven naar don Bosco werden trouwens uit heel Vlaanderen verstuurd: Ieper, Brugge, Antwerpen, Deinze, Diest, Leuven, Puurs, Ronse, Westvleteren, Sint-Denijs-Westrem, Menen, Tongeren, Aalst, enz.

Iedere salesiaanse gemeenschap heeft de voorbije dagen een exemplaar van dit boek ontvangen (of het is nog onderweg). Mocht een medebroeder graag een persoonlijk exemplaar willen, dan kan dit besteld worden in de Don Bosco Centrale bij Omer Bossuyt: centrale.propaganda@donbosco.be. Ook andere geïnteresseerden kunnen dit boek bestellen op hetzelfde adres. De kostprijs is 25 euro (verzendingskosten niet inbegrepen).

Geborgen in Gods eeuwige nabijheid

Biddend weten we ons ook verbonden met de familie Poelmans. Op 4 april 2019 kregen we het bericht dat hun broer en onze medebroeder Jef Poelmans plots overleed. In de verrijzenisliturgie werd Jef getypeerd met de woorden warm, integer, authentiek, vriendelijk, onopvallend, minzaam, goedlachs, eenvoudig, trouw, een goede priester. We danken Jef voor wie hij was voor velen, in alle bescheidenheid, en geloven dat hij vanuit de hemel, in de geborgenheid van God en in de buurt van Don Bosco, met ons Pasen zal vieren.

In salesiaanse verbondenheid

Wilfried Wambeke sdb

Provinciaal

Wilfried Wambeke, sdb • Salesianen van Don Bosco, • geplaatst op 16 april 2019