Een reis naar India met veel gebeurtenissen

Op donderdag 14 juni ben ik vertrokken naar India voor een familiebezoek. Ik was dolgelukkig en tegelijkertijd opgewonden om mijn familie na twee en een half jaar weer te ontmoeten. Het was ook met veel plezier en dankbaarheid dat ik Jos Claes de eerste paar dagen van mijn verblijf in India kon vergezellen. Tijdens de korte periode dat hij bij ons was, bezochten we veel van mijn familieleden en de salesiaanse huizen. Met zijn ontwapenende charme en zijn spontaniteit heeft hij veel vrienden gemaakt in Kerala, de staat waarin mijn dorp gevestigd is. 

Uiteraard was deze periode voor mij een welgekomen vakantie maar toch heb ik ook  intensieve dagen meegemaakt. Zo waren er de vele familiale ontmoetingen, enkele bruiloften, doopsels, eerste communies, house-warmings, enzovoort. En als priester mocht ik natuurlijk voorgaan in de vieringen bij al die gelegenheden. Ik was dan ook zeer tevreden dat ik dit allemaal mocht doen. 

Het einde van mijn vakantie was minder leuk. Vooreerst ben ik ziek geworden en tot overmaat van ramp werd mijn geboortestreek (Kerala) getroffen door de zwaarste overstromingen sinds 1924. Zeventig procent van de bevolking van Kerala, zo’n 23 miljoen mensen, werden getroffen door het water, onder wie zeven miljoen kinderen. Bijna een miljoen mensen moesten hun huizen verlaten en kwamen terecht in evacuatiecentra, kampen of geïmproviseerde onderkomens. In sommige dorpen was elk huis zwaar beschadigd of verwoest. Daken en muren zijn ingestort, wegen zijn weggespoeld. Het kan nog wel weken duren voordat we een duidelijk beeld hebben van de echte omvang van de ramp.  

Alle scholen en huizen van Don Bosco in Kerala, die gespaard bleven van vernielingen, openden hun deuren voor gezinnen die hun huis moesten ontvluchten door overstromingen. Ook ik ging helpen in één van de Don Bosco-centra. Uiteindelijk konden we daar 5.970 mensen uit 1.419 gezinnen onderdak geven. We hebben samen met meer dan 300 jonge vrijwilligers voedsel, kleding, proper drinkwater, medicijnen en noodartikelen verzameld en uitgedeeld. Daarnaast heb ik ook de tijd genomen om te luisteren naar deze mensen. Door wat hen overkomen was, waren ze volledig ontredderd. Velen van hen, vooral de kinderen, voelden zich angstig en onzeker en vroegen zich af wat er met hun hebben en houden zou gebeurd zijn, maar ook hoe de situatie van familie en vrienden zou zijn. 

Ik kon in eerste instantie niet tijdig vertrekken omdat de luchthavens dicht waren. Toen dat wel mocht, besloot ik toch liever te blijven omdat ik zo sterk begaan was met het noodlot van de mensen rondom mij. Het was soms hartverscheurend … 

Op 3 september was ik dan toch terug in Vlaanderen. Ik had het even moeilijk om opnieuw 'te landen' in de salesiaanse familie in Oostende en de draad terug op te nemen. Maar ik was aangenaam verrast door de belangstelling van mijn medebroeders en collega's voor alles wat er in Kerala gebeurd was. Ik was tevens ontroerd toen kinderen van het dagcentrum De Takel me vroegen naar de situatie van de kinderen in het getroffen gebied. Samen met de begeleiding hebben ze ondertussen verschillende acties ondernomen zodat de kinderen weer naar school zouden kunnen en er opvang kan geregeld worden. Dit doet me deugd en op zo'n moment zeg ik dan tegen mezelf: "er is nog zo veel goedheid en schoonheid in de wereld en het is nog altijd de moeite waard om je daarvoor in te zetten". 


Biju Oledath, sdb • Salesianen van Don Bosco, Salesianen Oostende • geplaatst op 23 september 2018